Leskaart

Deze punten staan ook op de leskaart die jullie op het veld krijgen als er gelest word.

Punt 1: “4 functies” moet als volgt beoordeeld worden: de leerling is in staat de volledige heli te bedienen, van de grond in hoover te brengen, enigszins gecontroleerd te hooveren, en de heli weer schadevrij aan de grond te zetten binnen het start/landingsvierkant van 2 bij 2 meter. Het vervangt de voormalige “soloaantekening”
Punt 2: “Hoverfiguren vierkant” moet als volgt beoordeeld worden: de leerling is in staat met enige trefzekerheid, op ooghoogte, met gelijkmatige snelheid op de rechte lijnen en met duidelijk gedefinieerde stops de figuren “M”, “Diagonaal” en “Zijwaarts” te vliegen, telkens afgesloten met een verticale, gelijkmatige en soepel uitgevoerde tussenlanding.
Punt 3: “geschoven 8 + cirkel”moet als volgt beoordeeld worden: de leerling is in staat met enige trefzekerheid, op ooghoogte, met gelijkmatige snelheid en via gelijkmatig (bijna) cirkelvormig traject de geschoven 8 en de cirkel om de piloot heen met staart naar zich toe gericht te vliegen, met duidelijk gedefinieerde stops en afgesloten met een landing als bij punt 2
Punt 4: “FFF ( Fast Forward Flight )+ landing” moet als volgt beoordeeld worden: Leerling is in staat de heli vanuit een (bijna) stationaire hoover binnen het oefenvierkant over te brengen in klimmende snelle voorwaartse vlucht, is in staat aansluitend de heli in horizontale snelle voorwaartse vlucht te beheersen, geeft blijk van duidelijke beheersing van de heli tijdens de noodzakelijke bochten (vliegtraject niet voorgeschreven, maar bij voorkeur een liggende 8 dwars op de heersende windrichting, belangrijk is dat het model bovenwinds van de piloot blijft). Landingsaanvlucht mag naar keuze tegen de wind (in dat geval kortdurend het model benedenwinds toegestaan) of dwars op de wind plaatsvinden. Voorwaarden: Vanaf dat het model bij aanvang de stationaire hoover verlaten heeft moet het model een min of meer gelijkmatige voorwaartse snelheid, duidelijk boven transitiesnelheid behouden tot aan het einde van de landingsaanvlucht. De overgang naar stationair hooveren mag NIET boven ooghoogte gebeuren, en het model moet binnen of in de zéér dichte nabijheid van het hoovervierkant gecontroleerd tot stilstand komen.
Punt 5: “Omgang materiaal” moet als volgt beoordeeld worden: Leerling toont aan rekening te houden met de gevaren verbonden met model heli vliegen, met het technische karakter van het model, met het overige verkeer op het veld, en met de eigenschappen van zijn apparatuur in relatie tot die van anderen (voorkomen van radiostoring bij anderen). Verder toont de leerling aan op technisch verantwoorde wijze het model te starten, te controleren vóór aanvang vlucht en het model tijdens de vlucht niet bloot te stellen aan overschrijding van toegestane of aanbevolen toerentallen en belastingen.

Punt 1 t/m 3: teneinde te beginnen aan een “hogere oefening” dient minimaal één instructeur de voorgaande oefening af te tekenen. Dit ter voorkoming van werken aan oefeningen die nog te hoog gegrepen zijn voor betreffende leerling.
Teneinde te beginnen met punt 4, dienen punten 1 t/m3 minimaal door 2 instructeurs afgetekend te zijn. Dit om een zeker vaardigheidsniveau van de leerling te garanderen voordat met deze wat meer risicovolle oefening begonnen word.
Punt 5 kan in principe te allen tijde afgetekend worden, als de leerling in de ogen van betreffende instructeur voldoet aan de norm.
Echter, alle punten MOETEN door alle drie de instructeurs afgetekend zijn teneinde een brevet te behalen.
De eerste handtekening per punt, mag niet voor méér dan één punt op dezelfde datum afgetekend worden. De twee aanvullende handtekeningen wél; de leerling heeft zijn vaardigheden reeds aan één instructeur getoond, en de aanvullende handtekeningen dienen hoofdzakelijk ter “vergelijkende controle”
Beperkingen: indien een leerling met eigen heli vliegt, kan per “punt” slechts één handtekening per dag behaald worden. Dit om te voorkomen dat het volledig aftekenen van een punt een moment opname wordt: De leerling word nu gedwongen over meerdere middagen een consistent goede vliegvaardigheid te vertonen teneinde een brevet te halen.

 

 

Let wel: Handtekeningen kunnen ALLEEN op het veld gegeven worden. In de zaal geven we GEEN handtekeningen!!!!!